Een schoonheid en een kanibaal,
die gingen samen aan de hal.
Hij dacht al wat er tanden,
dat was iets lekkers voor eenmaal.
En zij kreeg visioenen van
liefde op grote schaal
Hoema, hoema, zei de bosjesman
Hoema, hoema, als het even kan
En zij, ze, zij,
kom doe maar wat je lekker vindt
En hoema, hoema, zei de bosjesman
Hoema, hoema, als het even kan
En zij genoot ervan
De schoonheid en de kanibaal
die dwaalden samen door het bos
zijn hongerigen bleken, nee,
nee, die lieten haar niet los.
Zij gaf volzwoele planen haar ogen
heel goed de kost.
Hoema, hoema, zei de bosjesman.
Hoema, hoema, als het effe kan.
En zij, zei zij,
kom doe maar wat je lekker vindt.
En hoema, hoema, zei de bosjesman.
Hoema, hoema, als het effe kan.
En zij genoot ervan.
Toen zij in volle glorie en vol
verlangen voor hem stond,
dacht zij alleen aan liefde.
Hem liep het water uit de mond,
zij kreunde nog toen hij haar met
buit en haar verslond.
Hoema, hoema, zei de bosjesman.
Hoema, hoema, als het even kan.
Want zij, ze zei,
toch doe maar wat je lekker bent.
En hoema, hoema, zei de bosjesman.
Hoema, hoema, als het even kan.
En hij genoot ervan.
Ja, toen zij in volle glorie en vol
verlangen voor hem stond,
dacht zij alleen aan liefde.
liep het water uit de mond,
zij kreunde nog toen hij haar met
huid en haar verslond.
Hoema, hoema, zei de bosjesman,
hoema, hoema, als het even kan,
want zij, ze, zij, kom,
doe maar wat je lekker vindt.
En hoema, hoema, zei de bosjesman,
hoema, hoema, als het even kan,
en hij genoot ervan.
Ondertitels